woensdag 16 januari 2013

Nieuwe armen

Sinds Sascha Meyer het boek ‘De nieuwe arme’ schreef, is de aandacht voor armoede in ons land enorm toegenomen. Eind vorig jaar is er zelfs een complete themaweek aan gewijd. Maar wat is armoede in Nederland? En hoe groot is de impact van armoede op je leven? In de nieuwe bibliotheek in Almere was daarover een stevig debat in het maandelijkse ‘Debatcafé’, met (schuld)hulpverleners, (nieuwe) armen en Sascha Meyer.

Mag je wel spreken over armoede in Nederland? Ons land behoort immers tot de meest welvarende landen ter wereld. Een senior in het gezelschap zegt dan ook: “In de jaren ’50 was iedereen arm vergeleken met nu. We hebben het heel erg goed met z’n allen momenteel. Individueel zijn er misschien veel moeilijkheden, maar daar zijn allemaal instanties voor.”

En toch moeten ook nu veel meer mensen rondkomen met veel minder. Mensen die hun huis moeten verkopen, mensen die hun baan verliezen, mensen die net zijn afgestudeerd, mensen in de ww, aow en bijstand. Almere heeft een hoger aantal bijstandsuitkeringsgerechtigden dan gemiddeld in Nederland. Wat is hier aan de hand?

Voor sommigen is het een opeenstapeling van problemen: “Ik woon samen met mijn chronisch zieke grootmoeder en ik ben bang dat wij ons binnenkort moeten aanmelden bij de Voedselbank. Het feit dat het zo ver kan komen, is best wel eng. Zeker nu er zoveel subsidies voor medicijnen geschrapt worden. Het is zo’n grote verandering in je leven.”
Anderen weigeren pertinent aan de bel te trekken bij de hulpverlening, al zitten ze onder de armoedegrens van 1.000 euro per maand: “Wat mij weerhoudt van de Voedselbank is de voorwaarde dat ik een officiële hulpverlener moet hebben. Armoede is vooral de hoek waarin je vrijheden kwijtraakt. Er zijn heel veel mensen die zich het recht verschaffen zich met jouw leven te bemoeien. Ik moet eerst een slachtoffer worden voor ik weer mag gaan bloeien.”
Voedselbank of VoedselloketWaarom moet je hulpverlening accepteren om toegang te krijgen tot de Voedselbank? Jitske Steendam van het Voedselloket Almere: “Almere heeft sinds 2005 een Voedselloket. Wij willen geen Voedselbank zijn. We willen dat mensen zelfstandig zijn, dat het tijdelijk is. Daarom moet je ook hulp accepteren. Want als je bij ons aanklopt, dan is er een probleem. En hulpverleners die bij ons aangesloten zijn, kunnen je helpen dat probleem op te lossen.”

Het voedselpakket van de Voedselbank is een aanvulling, geen volledig pakket. En wat je krijgt is per Voedselbank verschillend. Bij het Voedselloket kun je zelf kiezen. Het is een winkel, waar je binnen een bepaald budget zelf dingen kunt kopen.
Ook Arnold de Rooy, maatschappelijk werker voor praktische en psychosociale hulpverlening, vindt het goed dat mensen proberen zelf hun weg te vinden. “Mensen hebben op een gegeven moment de creativiteit niet meer om anders met de situatie om te gaan. Maar als ze aankloppen bij hulpverleners blijkt dat er heel veel dingen wél mogelijk zijn. Er heerst nog een groot taboe op het vragen van hulp bij armoede.”
Sascha Meyer kwam zelf per 1 april 2012 naar de Voedselbank, nadat haar ex geen alimentatie meer kon betalen omdat hij zelf in de schulden zat en ze moest leven van de WW na haar ontslag. Ze leed een inkomensverlies van 40% en hield niet genoeg over om van te leven na aftrek van de vaste lasten. Een vreemde situatie, want ze woonde in een welgestelde buurt: “Ik vroeg me af; hoe arm moet ik eruitzien? Moet ik nu wel of geen lippenstift opdoen als ik naar de Voedselbank ga?”

Zelf noemt Meyer het een kwestie van “gewoon even wennen”. Voor haar was het een zoektocht naar ‘hoe help ik mijzelf’. “Dit boek heeft mij nieuwe hoop gegeven dat het weer goed komt. Ik ben mezelf gaan herijken. We hebben geleerd onze eigen broek op te houden. Als dat niet meer kan, is dat moeilijk te erkennen. Je kent het verhaal achter al die mooie voordeuren niet. Er zijn zo veel factoren die deze situatie kunnen veroorzaken.”

Sociaal perspectief
Wie heeft het het moeilijkst? De oude of de nieuwe arme? Het vooruitzicht van armoede gaat niemand in de koude kleren zitten, zoals bij deze ‘werkloze herintreder’: “Het grijpt mij aan dat ik tot aan mijn dood in de bijstand zal zitten.” De nieuwe armen zijn het bovendien niet gewend, al hebben ze misschien bij hun ouders wel gezien dat eten niet werd weggegooid en dezelfde spullen jarenlang werden gebruikt. Ze hadden nooit gedacht dat ze in deze situatie zouden belanden. Ze schamen zich. Meyer: “Hun eigenwaarde is heel ver weg. Mensen zitten in een spagaat. Je hoort er niet meer bij. Je hoeft nergens aan mee te doen, maar voordat je tegen je omgeving zegt dat je er geen geld meer voor hebt, dat duurt wel even. Het gaat niet om geld, maar dat je met jezelf kunt leven. Wat een ander daar ook van zegt of vindt.”
Sterker nog: “We zijn gehersenspoeld en houden iedereen op zijn plek door meteen een waardeoordeel uit te spreken. Ook ik denk eerst bij het zien van een grote auto bij de Voedselbank: ‘Goh, waar doet ‘ie het van?’. Je krijgt een soort klassenstrijd: wie is de allerarmste? Ik oordeel nu minder snel. Iedereen oordeelt vanuit zijn eigen perspectief.”

De nieuwe arme moet dus ontzettend kunnen relativeren? Meyer: “Ik denk niet na over de komende drie maanden. Verder dan morgen gaan mijn gedachten niet. Blijf dikke vrienden met jezelf en laat je eigenwaarde niet afhangen van je bankrekening.”
De meningen zijn verdeeld: “Armoede is niet het probleem, het is een gevolg. Het is een maatschappelijk probleem; wij kijken niet meer naar elkaar om. Daar moeten we iets aan doen. We kunnen leren van andere culturen. Kom bij elkaar, kijk wat een ander nodig heeft.” En: “De term ‘nieuwe arme’ staat me tegen. Wat mij betreft bestaan er alleen armen van korte en lange duur. Een van de sleutels tot de oplossing is dat je accepteert dat je niet kunt doen wat een ander doet. Voor armen van korte duur is er het Voedselloket, om mensen te helpen hun leven weer op de rit te krijgen en niet meer in paniek te leven.”

De rol van de overheid
Sommigen beschouwen wettelijke toeslagen als een recht. Dat is geen goedhartigheid. Denk aan studiefinanciering, de hypotheekrenteaftrek, een aanvulling op de woonlasten, subsidie voor sport, et cetera. Moeten we mensen beter informeren over die voorzieningen? Of helpt het meer om afspraken te maken met bijvoorbeeld werkgevers, om meer mensen aan het werk te krijgen en te houden? Steendam: “De politiek moet zich bewust zin van de gidsfunctie die ze heeft.”

At Kasbergen van het PvdA-Ombudsteam in Almere: “De overheid zorgt voor een vangnet, maar dat neemt niet weg dat er altijd mensen zijn die tekort komen. Daar zijn extra maatregelen voor. Maar de overheid moet ook keuzes maken. Dat kan niet voor ieder individu afzonderlijk.” Ook volgens De Rooy  is het een idée fixe om te denken dat je ooit een norm zult vinden waarbij iedereen genoeg heeft. “Er zal altijd een groep blijven die niet rond kan komen.”
Alex Boonstra is werkzaam bij Stichting de Schoor en bestuurslid van het Jeugdcultuurfonds Almere. Dat fonds helpt kinderen bij het deelnemen aan sport en cultuur. “Dat geeft ze eigenwaarde. Nu zijn het 200 kinderen per jaar, maar er komen er ruim 7.000 in aanmerking. Die hebben echter nog geen aanvraag gedaan.”

Is het schadelijk als je niet naar een clubje kan? Boonstra: “Geen van mijn vriendjes ging vroeger op vakantie; ik ook niet. Maar tegenwoordig is dat anders.” Het fonds bepaalt niet waar ouders hun kinderen naar toe sturen. Het geld gaat rechtstreeks naar muziekscholen en sportclubs. Hoe selecteren ze de kinderen die hiervoor in aanmerking komen? “We proberen te voorkomen dat we moeten kiezen. We selecteren nu op basis van inkomen. Een volgende mogelijkheid is leeftijd of datgene wat kinderen en hun ouders zelf (al) kunnen doen.” Iemand suggereert dat clubs zelf plaatsen kunnen scheppen door de lidmaatschappen iets te verhogen voor betalende leden. Kasbergen: “Eigenlijk moet het van de clubs zelf uitgaan: hebben zij plekken vrij, dan kunnen ze die ook gratis ter beschikking stellen. Dat zou niet eens vanuit de overheid moeten komen.”

Hot item
De problemen van toen zijn blijkbaar anders dan die van nu. Het vooroordeel was altijd; ‘het zullen wel bijstandsmoeders of allochtonen zijn’. Maar de mensen die nu bij de Voedselbank aankloppen, behoren vaak tot een heel andere categorie. Iemand reageert: “Armoede los je niet op. Je moet mensen wel proberen tools te geven om eruit te komen. En daar moet je aan blijven werken. Armoede is niet iets van nu, het is iets van alle tijden.” Boonstra: “Wat bij kinderen speelt, speelt bij ouderen ook.” Steendam: “De winst van dit verhaal is dat wij het hebben over de armen. Het is nu een hot item geworden.” De Rooy: “Ik hoop dat mensen toch hun koudwatervrees overwinnen en met ons in contact treden.”
Uit onderzoek blijkt dat dertig procent van de mensen die nu bij de Voedselbank zitten, depressief en/of suïcidaal is. Volgens Meyer gaan er dan ook nog heel veel harde klappen vallen. Is de boodschap wel groot genoeg, of moeten we er veel meer aan doen? “Dat ik als debutant zoveel aandacht krijg is al heel bijzonder. Dit is een begin. Het gaat doorrollen.”

Bernadet Timmer